Over Turby

Turby B.V.

Turby is een initiatief van energie adviseur en ontwikkelaar Dick Sidler. Hij werkt samen met zijn zoon Martijn Sidler, die net als hij afgestudeerd elektrotechnicus is.

Werken aan locale en duurzame energie

Na een 25 jarige carrière bij grotere ondernemingen richtte Dick in 1993 CORE International B.V. op, waarin hij zich richtte op decentrale energie productie, duurzaamheid en energiebesparing met als leidraad het ontwikkelen van kleine woongemeenschappen waar men zonder enige ‘nuts’ aansluiting comfortabel en modern zou kunnen leven.
Hij werkte onder meer aan biogas productie door vergisting van het eigen afval en het ‘zwarte water’, aan een combinatie van warmte kracht koppeling en een warmtepomp als warmtevoorziening voor een wijkverwarming. Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van waterzuiveringsystemen met behulp van helofyten filters. Een aantal van deze ideeën zijn gerealiseerd in Drachten in de wijk Himsterhout en in Culemborg in de wijk Lanxmeer. In de laatste wijk zal waarschijnlijk ook een biogas vergistingssysteem komen dat het afval van 200 huishoudens omzet in biogas. Dit gas zal zonder toepassing van chemicaliën worden nabehandeld zodat het gelijkwaardig is aan aardgas en probleemloos kan worden benut in ieder gas apparaat.

Windenergie

Voor een decentrale energie voorziening als beoogd is windenergie onontbeerlijk, de gangbare windturbines passen echter slecht in de gebouwde omgeving. Daarom is Dick Sidler op zoek gegaan naar windturbines die wel in de nabijheid van gebouwen konden worden toegepast. Op de markt bleken twee systemen te zijn die wellicht konden werken in de bebouwde omgeving.
Een Finse turbine (Windside) van het weerstandstype en een Canadees concept. In mei 1999 publiceerde het tijdschrift Duurzame Energie een artikel onder de titel: “Wind in de wijk” over die Canadese turbine, de Catavent. De reacties daarop uit de markt waren overweldigend. Zowel professionals, als aannemers, architecten, project ontwikkelaars, woningbouw corporaties, onroerend goed beheerders, recreatiecentra, als consumenten toonden grote belangstelling. Iedereen wilde opeens een windturbine op het dak…

Zelf ontwikkelen

Nader onderzoek leerde dat de bestaande modellen niet voldeden, onder meer vanwege een te laag rendement. Beide turbines waren namelijk zogenaamde weerstandsturbines en deze worden gekenmerkt door een laag rendement. (Zie ook de brochure “Turby toepassingen”, blz. 3).
Proefnemingen met ‘gesloten wind turbines’ (turbines in diffusoren) zoals de Catavent en het daarop geïnspireerde Windei hebben Dick geleerd dat die alleen theoretisch soelaas boden, maar praktisch allerminst. Er waren eenvoudiger en goedkoper methodes om tot hetzelfde resultaat te komen.
Eén keuze stond vanaf het beging vast: het moest een verticale as windturbine worden. Een horizontale as met het bijbehorende kwetsbare krui systeem verstond zich niet met de eis van onderhoudsvrijheid, die voor dakturbines essentieel werd geacht. Dus werd het onderzoek gericht op het theoretisch meest aantrekkelijke ontwerp, de verticale as windturbine. Het ontwerp van Georges Darrieus, geoctrooieerd in 1927. Theoretisch het meest aantrekkelijk, maar praktisch niet zo goed: hevige aërodynamische trillingen, een hoog geluidsniveau en een relatief laag rendement waren de oorzaken van het geringe succes van dit ontwerp.
Het Turby team – inmiddels versterkt met Martijn Sidler – analyseerde de Darrieus en vonden een verklaring voor die negatieve eigenschappen, evenals een idee om die te voorkomen.

Samenwerking

In die periode werkte Sander Mertens bij het Instituut voor Windenergie van de Technische Universiteit Delft aan zijn promotie onderzoek naar toepassing van wind in de gebouwde omgeving. Uit de samenwerking met dit Instituut is het aërodynamische concept van Turby ontstaan.
Naast de TU Delft zijn ook anderen betrokken geweest bij de ontwikkeling van Turby:
– de Universiteit van Gent met name haar kennis van composite constructies,
– EM Force heeft het basisontwerp voor de convertor ontworpen,
– de faculteit elektrotechniek van de TU Delft heeft de generator ontworpen.

Veel werk is verzet om de slag van prototype naar product te maken. Turby B.V. heeft gekozen voor een organisatiemodel waarbij de productie wordt uitbesteed aan een klein aantal toegewijde co-makers. Daardoor kan Turby B.V. zich blijven richten op waar zij goed in is: ontwikkeling. De productie vindt plaats bij hoogwaardige specialistische bedrijven die aan de totstandkoming van een goed produceerbaar ontwerp hebben bijgedragen. Tot deze bedrijven behoren Duits Engineering, IPA Composites, De Smit en Elektromotorenfabriek Nijmegen. Turby heeft anderen kunnen overtuigen van de kansen die haar concept biedt. De financiering is tot stand gekomen dankzij Novem, Senter, Shell (SPMO), ING, Duits Engineering, Delahay B.V. en particulieren.

Met behulp van genoemde experts, co-makers bedrijven en financiers heeft het Turby team in eigen beheer een windturbine ontwikkeld, die wereldwijde belangstelling geniet. Het heeft allemaal meer tijd gekost dan voorzien en er zijn vier verschillende prototypes aan te pas gekomen. Een prototypeserie van 10 stuks heeft op een aantal plaatsen in het land de onmisbare veldervaring opgeleverd nodig om tot de perfecte machine te komen die nu in productie is genomen. Tot zover de geschiedenis… nu de toekomst?